Lijst van diagnoseregels

Zie ook website van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid

Regel

Omschrijving (K.B. 9/12/1994, K.B.  29/11/1996, K.B. 29/4/1999 en K.B. 26/08/2010)

diag1 het doseren van glucose en proteïnen in de urine mag enkel aangerekend worden indien het kwalitatief onderzoek positief was
diag2 het doseren van thiopental mag enkel bij patiënten op intensieve zorgen aangerekend worden
diag3 fructosamine bij de zwangere vrouw en microalbuminurie mogen enkel aangerekend worden bij diabetische patiënten
diag4 het identificeren van een abnormaal hemoglobine mag enkel aangerekend worden indien een abnormale fractie werd waargenomen bij elektroforese, chromatografie of "isoelectric focusing"
diag5 de dosering van prostaat specifiek antigen (PSA) mag slechts aangerekend worden bij mannen die tenminste 50 jaar oud zijn, maximum twee per jaar, of in het kader van een therapeutische follow-up ongeacht de leeftijd
diag6 het doseren van totaal humaan choriongonadotrofine (hCG) wordt enkel terugbetaald gedurende de 20 eerste weken van de zwangerschap
diag7 de herhaling van de dosering van methotrexaat binnen de 24h kan slechts aangerekend worden in het geval van een significante dosisverhoging
diag8 een immuno-elektroforese en/of immunofixatie wordt enkel terugbetaald indien een abnormale band wordt waargenomen bij de elektroforese van serumproteïnen
diag11 het doseren van één iso-enzyme van alkalische fosfatasen of een elektroforese van alkalische fosfatasen mag slechts aangerekend worden indien de waarde van de totale alkalische fosfatasen hoger is dan de bovengrens van de referentiewaarden
diag12 het doseren van aluminium mag enkel aangerekend worden in geval van ernstige chronische nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 20 mL/min); het doseren mag maar om de 6 maanden tenzij de aluminiumconcentratie groter dan 50 µg/L is
diag17 het opzoeken van een specifieke verworven stollingsinhibitor mag enkel aangerekend worden indien de protrombinetijd (PT)   of de trombotest < 70% of indien de geactiveerde partiële tromboplastinetijd (APTT) verlengd is
diag18 het doseren van factor II of V en het complex VII + X mag enkel aangerekend worden indien de protrombinetijd (PT) of de trombotest < 70%
diag19 het doseren van factor XI of factor XII mag enkel aangerekend worden indien de geactiveerde partiële tromboplastinetijd (APTT)  verlengd is
diag20 het opzoeken van geactiveerd proteïne C resistentie en het doseren van anti-trombine III, proteïne C, proteïne S en plasminogeen mag enkel aangerekend worden bij patiënten jonger dan 45 jaar met een trombotisch proces, bij patiënten met een familiale anamnese van recidiverende trombosen, of in geval van diffuse intravasculaire stolling
diag21 het afzonderlijk doseren van factor VII of factor X mag alleen aangerekend worden als het resultaat voor het VII en X complex lager is dan 70%
diag22 de reptilasetijd mag slechts aangerekend worden als de trombinetijd verlengd is
diag23 het opsporen van de factor Du of van een zwakke D mag slechts worden aangerekend als de bepaling van de rhesusfactor D negatief is
diag24 de indentificatie van specifieke anti-trombocyten antilichamen (exclusief de HLA- antilichamen) mag slechts aangerekend worden indien het opzoeken ervan met een directe of indirecte test een positief reultaat oplevert
diag25 het meten van de bacteriedodende activiteit door tellen van de overlevende bacteriën mag slechts aangerekend worden in geval van ernstige en recidiverende infecties en van normale fagocytose
diag26 het titreren van anti-weefsel antilichamen mag slechts aangerekend worden indien het opzoeken ervan door immunofluorescentie een positief resultaat oplevert
diag27 het titreren van anti-nucleaire of anti-cytoplamatische antilichamen mag slechts aangerekend worden indien het opzoeken ervan door immunofluorescentie een positief resultaat oplevert
diag28 de identificatie van antilichamen gericht tegen een specifiek nucleair of cytoplasmatisch antigen mag slechts aangerekend worden indien de immunofluorescentiereactie positief is voor een nucleair antigen voor een titer van tenminste 1/40 of voor een cytoplasmatisch antigen, ongeacht de titer
diag29 de identificatie van antilichamen gericht tegen een specifiek nucleair of cytoplasmatisch antigen door immunoblotting mag slechts aangerekend worden indien de immunofluorescentiereactie positief is voor een nucleair antigen voor een titer van tenminste 1/40 of voor een cytoplasmatisch antigen, ongeacht de titer
diag30 het cytologisch onderzoek op een concentraat van witte bloedcellen mag slechts aangerekend worden in geval van opvolging van maligne hematologische aandoeningen of in geval van een leukocytose lager dan 3000 per microliter
diag31 het identificeren en doseren van een verworven anticoagulans mag alleen aangerekend worden indien het opzoeken van een specifiek verworven stollingsfactor positief is
diag32 het immunologisch doseren van anti-trombine III mag alleen aangerekend worden indien de dosering van de anti-trombine III activiteit < 70%
diag33 het bepalen van andere bloedgroepen dan ABO en rhesus mag enkel aangerekend worden indien het serum van de patiënt onregelmatige anti-erytrocyten antilichamen bevat of als de bepaling geschiedt met het oog op het enten van een orgaan of in geval van chronische anemie die veelvuldige transfusies vergt, verspreid over verscheidene maanden
diag34 het opzoeken van onregelmatige anti-erytrocyten antilichamen met behulp van gefenotypeerde rode bloedcellen mag slechts aangerekend worden in geval van hemolytische anemie of van een positieve compatibiliteitstest of van een positieve directe Coombsreactie of voor perinatale controle van de foeto-maternele incompatibiliteit
diag35 het opzoeken en identificeren van geneesmiddelen in bloed, urine of maagvocht mag slechts worden aangerekend voor een in urgentie opgenomen patiënt met het oog op een diagnose van een acute intoxicatie
diag36 het doseren van een benzodiazepine mag slechts aangerekend worden bij een op intensieve zorgen opgenomen patiënt of bij anti-epileptische therapie
diag37 de kweek van Clostridium difficile en het opsporen van toxines A en/of B mogen enkel aangerekend worden bij personen > 2 jaar of na transplantatie
diag38 het aantonen van gezuiverde IgM antilichamen tegen rubella mag enkel aangerekend worden bij zwangere vrouwen in de eerste 4 maanden van de zwangerschap en als het opsporen van de IgM antilichamen een recente infectie laat vermoeden, maar het niet mogelijk maakt ze te dateren t.o.v. de aanvang van de zwangerschap
diag39 het aantonen van een onstabiel hemoglobine mag enkel aangerekend worden in geval van hemolytische anemie
diag40 organische zuren, reducerende suikers, vrij en veresterd carnitine, lysosomaal enzyme, aceto-acetaat en 3-hydroxyboterzuur, mucopolysacchariden, vrije vetzuren, orootzuur, siaalzuur, GABA in CSV, purinen en pyrimidinen mogen enkel aangerekend worden met het oog op de diagnose van een aangeboren metabole stoornis
diag41 het doseren op biopten of gekweekte amniotische cellen van intracellulaire enzymen of overbelastingsprodukten mag enkel aangerekend worden met het oog op de diagnose van een aangeboren metabole stoornis
diag42 het doseren van een aminoglycoside of van vancomycine mag enkel aangerekend worden voor een gehospitaliseerde patiënt met een geïndividualiseerde farmacokinetische berekening met het oog op een voorstel voor posologie
diag43 de identificatie van een receptor- of membraan- of cytoplasma- of nucleair antigen van hematopoiëtische cellen (exclusief de antigenen van het HLA-systeem) mag slechts aangerekend worden voor het typeren van hematologische maligniteiten of in geval van congenitale of levensbedreigende verworven immunodeficiënties of in geval van sarcoïdose
diag44 het identificeren door functionele proef van de deficiënte factor mag enkel aangerekend worden indien het totaal hemolytisch complement lager ligt dan 20%
diag45 het doseren van de vrije beta-subeenheid van beta-hCG mag niet aangerekend worden voor gewone zwangerschapsanalyse
diag46 volgende doseringen mogen enkel aangerekend worden in de context van therapeutische monitoring: cyclosporine A, methotrexaat, neuron specifiek enolase (NSE), vrij beta humaan choriongonadotrofine (vrij beta hCG), vrije alfa-ketens, weefsel polypeptide-antigen (TPA), carcino-embryonaal antigen (CEA), carcinogeen antigen 15.3 (CA15.3), carcinogeen antigen 19.9(CA19.9), carcinogeen antigen 125 (CA125), carcinogeen antigen 195 (CA195), carcinogeen antigen 549 (CA549), cardiotonische heterosiden, dexamethasone, derivaten van anthracycline of cisplatinum, anti-arithmisch geneesmiddel, theofylline, anti-epileptisch geneesmiddel, plasmatische cafeïne bij zuigelingen, lithium in plasma en in de erytrocyten, thiopental, aminoglycoside of vancomycine, benzodiazepine en antibiotica
diag49 volgende doseringen mogen enkel aangerekend worden indien ze voorgeschreven zijn met het oog op de diagnose of behandeling van een intoxicatie:
1. in bloed: salicylaten, ethanol en/of methanol, glycolen of hogere alcoholen, cyaniden, quaternair ammonium, geneesmiddel en/of zijn metabolieten, zware metalen (As, Bi, B, Cd, Co, Cr, Hg, Mn, Ni, Sn, Ti, Au, Ag) paracetamol, lood, sulfhemoglobine, pesticiden en/of hun metabolieten, thiocyanaat en erytrocytaire zinkprotoporfyrine
2. in urine: para-aminofenol, lood, zware metalen (As, Bi, B, Cd, Co, Cr, Hg, Mn, Ni, Sn, Ti, Au, Ag), ethanol, methanol, pesticiden, organische solventen, farmacologische werkzame stof, quaternair ammonium, herbicide, xenobiotica, geneesmiddelen; alle gegevens en resultaten dienen bewaard in een individueel dossier
diag50 het doseren van IgG4 mag enkel aangerekend worden om een deficiëntie aan te tonen bij een kind van 2 tot 16 jaar oud
diag52 bepaling van de minimale inhibitoire concentratie van antibacteriële stoffen bij kiemen geïsoleerd uit bloed of cerebrospinaal vocht enkel bij isolatie van Streptococcus pneumoniae, viridans streptokokken, Neisseria meningitidis of Haemophilus influenzae; opsporen van IgG of IgM antilichamen tegen Herpes Simplex-virus enkel bij immuundeficiënte patiënten
diag53 identificeren van anti-HLA antilichamen bij een kandidaat voor orgaantransplantatie, ingeschreven op de Eurotransplant-wachtlijst, mag maximum vier maal per jaar aangerekend worden
diag54 doseren van LDL-cholesterol, berekening uitgezonderd, mag enkel aangerekend worden bij een patiënt onder behandeling met cholesterolverlagende medicatie
diag55 doseren van homocyst(e)ïne in plasma mag enkel aangerekend worden bij een patiënt jonger dan 55 jaar met klinische evidentie voor een vasculaire aandoening
diag56 doseren van glycohemoglobine in hemolysaat mag enkel aangerekend worden voor een patiënt met diabetes mellitus, mucoviscidose of chronische pancreatitis
diag57 doseren van vrije alfa-ketens mag enkel aangerekend worden bij een patiënt onder behandeling wegens bewezen hypofysetumor
diag58 doseren van reverse T3 (rT3) mag enkel aangerekend worden bij een patiënt onder behandeling met amiodarone of voor een op intensieve zorgen verblijvende patiënt
diag59 specifieke bepaling en identificatie met massaspectrometrie van C22-C26 vetzuren, fytaanzuur en galzuren mogen enkel aangerekend worden bij een patiënt met klinische aanwijzingen voor een peroxysomale aandoening
diag60 bepalen van galzuren mag enkel aangerekend worden indien het resultaat van C22-C26 vetzuren abnormaal is
diag61 opzoeken en doseren van erytrocytair zinkprotoporfyrine mag enkel aangerekend worden bij een patiënt met klinisch vermoeden van intoxicatie door zware metalen
diag62 doseren en immunochemische identificatie van een cryoglobuline mogen enkel aangerekend worden indien het opsporen een positief resultaat oplevert
diag63 doseren GAD65 mag enkel aangerekend worden hetzij voor een diabetishe patiënt van minder dan 40 jaar en waarvoor diabetes mellitus maximum vijf jaar eerder werd gediagnosticeerd, hetzij voor een eerstegraadsverwante van een dergelijke patiënt
diag64 titreren van anti-neutrofielen intracytoplasmatische antilichamen (ANCA) mag enkel aangerekend worden indien het opzoeken een positief resultaat oplevert
diag65 fractioneren en doseren van porfyrines mag enkel aangerekend worden indien het opzoeken een positief resultaat oplevert
diag66 doseren van porfobilinogeen mag enkel aangerekend worden indien het opzoeken een positief resultaat oplevert
diag67 Mycobacterium PCR mag slechts uitgevoerd worden bij positief rechtstreeks onderzoek. Voor patiënten niet langer dan 7 dagen behandeld voor tuberculose op het moment van de monstername, of niet behandeld gedurende de laatste 12 maanden. Deze analyse mag slechts twee maal per jaar voor eenzelfde patiënt aangerekend worden.
diag68 de verstrekking 555752-555763 mag enkel aangerekend worden voor de diagnose van acute hematologische maligniteiten.
diag69 de verstrekking 556474-556485 mag enkel aangerekend worden voor de diagnose en follow-up van hematologische maligniteiten en voor de diagnose van congenitale immuno-deficiënties.
diag72 de kweek van toxoplasmose mag enkel worden aangerekend bij vermoeden van congenitale toxoplasmose
diag73 Mycobacterium avium intracellulare opzoeken van nucleïnezuur mag enkel worden aangerekend bij negatief resultaat
diag74 opsporen van Chlamydia antilichamen mag enkel worden aangerekend voor diagnose van een niet-urogenitale infectie, lymphogranuloma venereum of perihepatitis
diag75 M.I.C. – opzoeken van de minimale inhibitorische concentratie van antibacteriële stoffen bij kiemen geïsoleerd uit diepe monsters van normaal steriele lichaamsdelen, andere dan bloed en lumbaal vocht mag enkel worden aangerekend bij kweek van Streptococcus pneumoniae, Streptococcus viridans, enterococcus, Neisseria meningitidis, Listeria monocytogenes, Haemophilus influenzae
diag76 Helicobacter pylori opzoeken van antilichamen mag enkel worden aangerekend voor eerste diagnose
diag77 Chlamydia trachomatis opzoeken door moleculaire amplificatie mag enkel worden aangerekend in de klinische context van een risicogroep, tot en met de leeftijd van 20 jaar, of bij duidelijke klinische tekens van een Chlamydia-infectie. Deze test mag maximum twee maal per kalenderjaar aangerekend worden.
diag88 de verstrekking 556592-556603 mag enkel aangerekend worden in het kader van een hemolyse van niet-immune oorsprong of idiopathische aplastische anemie.
diag92 doseren van pseudocholinesterase mag enkel aangerekend worden in het geval van vermoeden van intoxicatie van fosfororganische insecticiden
diag93 doseren van thyroglobuline mag enkel worden aangerekend in het geval van opvolging van neoplastische schildklier pathologie, bij vermoeden van thyreotoxicose, bij exploratie van conginetale hypothyreoïdie of bij evaluatie van een thyreoïditis

Naar hoofdindex van de Labogids.